huur-verhuurmarkt

huur-verhuurmarkt

 

Met name voor kantoren en winkels, en in beperktere mate voor bedrijfsruimte, is sprake van een huur-verhuurmarkt met een ruime hoeveelheid transactiegegevens. Voor dergelijke objecten kan de kapitalisatiemethode, waarbij huuropbrengsten over de  kantoorpand te huur Eindhoven levensduur van het object worden gekapitaliseerd, worden toegepast. In de vastgoedwereld zijn het brutoaanvangsrende- ment (BAR) en het nettoaanvangsrendement (NAR) gebruikelijke kapitalisa- tiemethoden. Voor de waardebepaling van referentieobjecten (i.e. objecten die worden gebruikt als referentie voor de vergelijkingsmethode), voor het bepalen van de referentiekapitalisatiefactor of voor de waardebepaling van specifieke projecten kan de DCF-methode worden gebruikt. Hiermee worden alle toekomstige inkomsten en uitgaven die toegerekend kunnen worden aan het  kantoorruimte huren in Haarlem betreffende object, contant gemaakt naar de waardepeil- datum. De vervangingswaarde komt overeen met de stichtingskosten van het opnieuw aankopen of bouwen van het betreffende object (gebouwen inclusief de grond). Hierbij dient te worden uitgegaan van de stichtingskosten van het object in zijn huidige staat, waarbij rekening moet worden gehouden met de reeds opgetreden technische en functionele veroudering. Als sprake is van technische en/of functionele veroudering, dient dus de zogenaamde gecorrigeerde vervangingswaarde te worden gehanteerd. De berekening van de gecorrigeerde vervangingswaarde bestaat uit de  kleine kantoorruimte huren groningen volgende onderdelen: de vervangingswaarde van de grond, de vervangingswaarde van de opstal, de factor voor technische veroudering en de factor voor functionele veroudering. Voor het bepalen van de gecorrigeerde vervangingswaarde wordt de vervangingswaarde van de opstal vermenigvuldigd met beide factoren, en het resultaat wordt opgeteld bij de vervangingswaarde van de grond. De factor voor technische veroudering wordt bepaald door de technische levensduur, de tijd die is verstreken sinds de eerste aanschaf en de restwaarde aan het einde van de levensduur. In het algemeen wordt een lineaire afschrijving gehanteerd. Bij een geschatte technische levensduur van 20 jaar en een restwaarde die nihil is, bedraagt de  kantoorruimte huren omgeving breda factor voor technische veroudering 10 jaar na aanschaf in beginsel 0,5. Bij ieder taxatiemoment wordt echter gekeken naar de feitelijke toestand op dat moment. Als blijkt dat door goed onderhoud de levensduur is verlengd, wordt de kantoorruimte huren omgeving breda  factor, en daarmee de waarde van het object, naar boven bijgesteld. In het geval van een snelle veroudering wordt de factor verlaagd. Of het object ook nog functioneel kan worden gebruikt, doet voor de bepaling van de factor voor technische veroudering niet terzake.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *