De verschillende distributiepunten

De sommatie van de behoeften die bij de verschillende distributiepunten binnenkomen, resulteert in een in de tijd gefaseerde vraag bij de uiteindelijke leverancier. De techniek die hierbij wordt toegepast, vertoont grote overeenkomsten met MRP-L Elementair gesteld kunnen we zeggen dat DRP-I een beter beheer van voorraden in distributieketens ten doel heeft. Het voorraadbeheer in veel ondernemingen vindt doorgaans nog plaats met een of meer varianten van de formule van Camp. Bestelkosten kantoor huren haarlem en kosten van voorraad houden vormen de belangrijkste parameters waarop een onderneming haar bestelgedrag baseert. De in hoofdstuk 4 besproken bestelmethoden (BQ, BS, sQ en sS) worden gewoonlijk samengevat met de aanduiding voorraadaanvulsystemen. Wanneer ondernemingen volgens een dergelijk bestelsysteem werken, is de voorraad in zijn totaliteit bezien meestal wel voldoende. De verdeling van deze voorraad over de verschillende producten laat echter vaak te wensen over. Dit vindt zijn kantoor huren tilburg oorzaak in de drie belangrijkste kenmerken van voorraadaanvulsystemen: 1 Er wordt gewerkt met een gemiddelde vraag en er wordt geen rekening gehouden met onregelmatige vraagpatronen. 2 De systemen bepalen slechts wanneer er besteld moet worden, niet wanneer de goederen werkelijk nodig zijn. 3 De systemen anticiperen niet op en waarschuwen niet voor vraagfluctuaties. Wanneer elke schakel in een distributieketen op basis van een eigen voorraadaanvulsysteem beslissingen over voorraden neemt, onathankelijk van het voorraadverloop bij andere schakels in de keten, resulteert dit in een opslingereffect of keteneffect en in ongebalanceerde voorraden. We kunnen Opslingereffect dit illustreren met behulp van het nog steeds relevant zijnde onderzoek van Keteneffect Forrester (1958). Zie voorbeeld 7.2.

Uitgangspunt is een distributiekanaal met een fabrikant, een centraal magazijn, een grossier en een detaillist. Door bijvoorbeeld een promotionele actie (‘drie halen, twee betalen’) van de fabrikant, stijgt de vraag van de consument met 10% bij de detaillist, waardoor er druk ontstaat kantoor huren breda op zijn voorraden. Dit leidt vervolgens tot een vraagstijging van de detaillisten bij de grossier, die op zijn beurt weer grotere hoeveelheden vraagt van de producent. Vooronderstelling in dit model is dat de detaillisten en de grossier hun voorraden met vaste tussenpozen opnemen, en dat alle betrokkenen een voorraadregel hanteren, waarbij de gewenste voorraad een
functie is van de verwachte vraag. De vraagstijging van 10% van de consument doet uiteindelijk de productie van de fabrikant met 40% stijgen. In figuur 7 .3 hebben we dit keteneffect weergegeven. Uitgaande van een productieniveau van 1000 eenheden per tijdseenheid kantoor huren groningen resulteert de verstoring in een opvoering van het aantal geproduceerde eenheden tot 1400. Als de vraag in de volgende periode echter terugkeert naar het oude niveau – of wellicht zelfs nog lager – heeft de producent 400 eenheden te vroeg geproduceerd. Voorraadkosten en risico-incourant kunnen zieh manifesteren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *